Zonder bitterheid en zonder zijn geloof te verliezen, verliet Kars Veling de gereformeerde zuil Recensie Kort na het overlijden van politicus, wiskundige, filosoof en onderwijsman Kars Veling, verschenen zijn memoires: Tot hier. Filosofische herinneringen. Gerrit Glas, die als student Veling bewonderde, las het boek in één adem uit en werd vooral getroffen door de onbevangen manier waarop Veling zijn geloof wist te verbinden met een open houding tegenover wetenschap en cultuur. Gerrit Glas donderdag 4 december 2025, 17:00 Kars Veling tijdens de start van het 25-jarig jubileum van de ChristenUnie. Kars Veling tijdens de start van het 25-jarig jubileum van de ChristenUnie. beeld: ANP Kars Veling heeft bij zijn recente overlijden een boek nagelaten met filosofische herinneringen. Het is de intellectuele biografie van een duizendpoot. Het boek begint bij de prille wiskundestudent die zich onderdompelt in discussies over geloof, theologie en en wetenschap. Het eindigt met een hoofdstuk over hoop na een leven met naast hoogtepunten ook de nodige verliezen.
In het tussenliggende deel komen we Veling in tal van rollen tegen: als docent en directeur van twee scholen voor voortgezet onderwijs, als docent aan de sociale academie, als promovendus en hoogleraar aan de Theologische Hogeschool in Kampen; als politicus, partijleider en lid van de Eerste en later Tweede Lamer; als voorzitter van tal van commissies en organisaties, waaronder de VBOK en de onderwijsraad; en als directeur van Pro Demos, een voorlichtings- en bezoekerscentrum, ook bekend onder de naam ‘Huis van democratie en rechtsstaat’.
Ik heb het boek in één adem uitgelezen. Dat komt niet alleen door de schrijfstijl, maar ook door mijn eigen betrokkenheid bij veel van de thema’s die Veling aansnijdt: de relatie tussen geloof en wetenschap; de uitleg van de Bijbel; de betekenis van de filosofie; ook in de doordenking van ontwikkelingen in de cultuur, in de samenleving, in allerlei praktijken en in de kerken.
Veling was mijn held Als student was Veling voor mij een held. Op het eerstejaarscongres voor gereformeerde studenten hoorde ik als 18-jarige een juist afgestudeerde Veling kristalhelder, vol vuur en met open vizier pleiten voor een onbevangen houding ten opzichte van de wetenschap. Net als hij werd ik gevormd door de radicaliteit van denkers als Klaas Schilder en Herman Dooyeweerd. Met een eerste versie van mijn doctoraalscriptie filosofie ging ik bij hem langs in Hattem om met hem te spreken over hermeneutiek (uitleg van de Bijbel), in het licht van de filosofie van Hans-Georg Gadamer. Later kruisten onze wegen elkaar bij conferenties en lezingen.
Veling beschrijft hoe hij geleidelijk, zonder bitterheid en zonder zijn diepe geloof te verliezen, afstand neemt van de geharnaste vrijgemaakte zuil. Er valt geen onvertogen woord als hij de ingewikkelde verhouding van de theologen in Kampen tot de filosofie beschrijft. Hij voelt zich ‘niet competent’ om met hen een discussie te voeren over de grondslagen van de theologie.
Kars-Veling--1948-2025--was-de-eerste-ChristenUnie-partijleider--maar-bovenal-een-onderwijsman Lees ook
Kars Veling (1948-2025) was de eerste ChristenUnie-partijleider, maar bovenal een onderwijsman
Deze bescheidenheid siert de auteur, maar roept bij mij als lezer ook vragen op. Vanwaar dit vermeende gebrek aan competentie bij een wiskundige en filosoof die het wel presteert een proefschrift te schrijven over de grondslagen van de sociologie; een vak dat toch minstens even ver van hem moet hebben afgestaan als de theologie.Toch houdt Veling vol: ‘Filosofen kunnen buiten de Bijbel om geen zelfstandig gewicht in de schaal leggen’ als het om de uitleg van de Bijbel gaat. Die uitleg is een taak van theologen en bij hen zal ook het onderzoek naar de fundamentele uitgangspunten van de theologie moeten beginnen. Veling wijst op voorbeelden daarvan in de Kampense context. Bij sommige van zijn collegae ziet hij tekenen van een onbevangener omgang met de Schrift. Bij hen is er ruimte om na te denken over de relatie tussen theologie als wetenschap en eigen levensbeschouwelijke overtuigingen.
Ruimte voor de rede Velings antwoord komt indirect en wat later, in het jaar 2000, in een boek waarin hij pleit voor ‘ruimte voor de rede’. Daarin zegt hij dat rationaliteit moet worden gezien als een fundamentele bereidheid om je te verantwoorden voor je overtuigingen. Door het zo te zeggen neemt hij afstand van de opvatting dat de rede – lees: het theoretische denken – de uiteindelijke grond is voor kennis en waarheid.
Wat wij weten en kennen heeft allerlei bronnen: niet alleen het verstand, maar ook ervaringen, vermoedens, gevoel, geloof, herinneringen, en getuigenissen van anderen. De rede kan over de legitimiteit van al die bronnen niets zeggen. Wat de mens al denkend wel kan, is ruimte creëren voor reflectie, voor het afwegen van verschillende perspectieven, voor het onderzoek naar de bruikbaarheid van allerlei ideeën.
Velings openheid en pragmatisme geven ontspanning in een debat dat dan al meer dan een eeuw wordt beheerst door extreme standpunten. Positivisten houden vol dat alleen de wetenschap kan bepalen wat waarheid is. Postmoderne denkers menen dat waarheid niet bestaat. Constructivisten zeggen dat kennis geen vaste betekenis heeft en dat de betekenis ervan afhangt van de context. Maatschappijcritici zeggen dat wetenschap een gewillig instrument is in handen van machthebbers.
Tegen de achtergrond van deze extremen komt Velings openheid op het eerste gezicht misschien iets te opgeruimd en ook wat onschuldig over. Toch is dat niet het hele verhaal. Achter de ogenschijnlijke onschuld schuilt een dieper motief: ‘… misschien getuigt [mijn] … conclusie wel van mijn persoonlijke perspectief, van het geloof waarmee ik van mijn jeugd af aan leef.’
Redenen van het hart In deze context valt dan de naam van Blaise Pascal, de wiskundige, uitvinder, filosoof, maar toch vooral ook gelovige die het heeft over de ‘redenen van het hart’ die de theoretische rede niet kent. Pascals overtuiging was gestoeld op een overrompelende godservaring. Die godservaring gaf hem zekerheid over het meest essentiële; een zekerheid die hij niet vervolgens ook nog eens theoretisch bevestigd hoefde te zien.
In Velings plezier in het creatieve nadenken over de grote vragen beluister ik dezelfde gemoedsrust: als het meest beslissende al gezegd en gedaan en ervaren is, hoeft dat beslissende niet ook nog eens theoretisch te worden achterhaald of bewezen. Daarom kan hij het vrijelijk hebben over de rol van metaforen in het spreken over God en zelfs zijn instemming betuigen met veel van wat Harry Kuitert in zijn proefschrift over de mensvormigheid van God had beweerd. Als je begint vanuit de zekerheid van de godservaring hoeft het feit dat de Bijbel metaforisch over God spreekt, je niet te verontrusten.
ChristenUnie Veling heeft zich op allerlei terreinen bewogen. Hij spreekt vol liefde over zijn jaren in het onderwijs, zowel het middelbare, het voortgezet beroeps- en het hoger onderwijs. Tussendoor is er een lange periode in de politiek. Na jaren van succes en erkenning als lid van de Eerste Kamer volgt een periode waarin hij als partijleider van de ChristenUnie in de Tweede Kamer zit. De verkiezingen van 2002 lopen uit op een teleurstelling, die hem wordt aangerekend en die leidt tot zijn vertrek. Ook over deze nare tijd laat Veling niets merken van eventuele rancune of verwijten. Veling is de man die ook als hem onrecht wordt aangedaan, als eerste naar zichzelf kijkt.
Hierna volgt een periode waarin hij – zeker terugkijkend – ver voor de troepen uit loopt door als directeur van het al genoemde Pro Demos aandacht te vragen voor het belang van de democratie en de rechtstaat. Over de verhouding tussen artikel 1 en artikel 23 van de Grondwet zegt hij belangwekkende dingen en pleit hij voor evenwicht.
Ik kan dit boek aanraden aan lezers die iets willen snappen van de gereformeerde wereld zoals die was, gezien door de ogen van iemand die ver voor zijn tijd allerlei ontwikkelingen voorzag en daarop anticipeerde, zonder zijn geloof te verliezen. Veling was een begaafd en uiterst veelzijdig man, iemand die wij vanwege zijn evenwicht, organisatietalent, intelligentie, opgeruimdheid en rust missen.
Het boek gaat ook in op de omgang met zijn echtgenote die op relatief jonge leeftijd dement wordt. De passages over hoe hun relatie juist in deze periode zich verdiept en wat dit zegt over het menszijn, specifieker: ons persoon-zijn, zijn roerend in hun oprechtheid, liefde en eenvoud. Een onbevangen denker is van ons heen gegaan.
Gerrit Glas N.a.v. K. Veling. Tot hier. Filosofische herinneringen. Amsterdam: Buijten & Schipperheijn Motief, 2025.
Eerste-en-Tweede-Kamer-herdenken-overleden-Kars-Veling---Positief--principieel-en-praktisch- Lees ook
Eerste en Tweede Kamer herdenken overleden Kars Veling. ‘Positief, principieel en praktisch’
Mail de redactie
Delen Lees ook Joost Zwagerman op het poeziefestival 'Dichter aan Huis'. Recensie Er waren al ‘zeven Joosten’, maar misschien is er nog wel een achtste Joost Zwagerman (1963-2015) UGCHELEN - Schapen trekken op de hei van het Leesten naar Schenkenshul. De heideschapen helpen bij het beheer van de heide onder leiding van een herder. ANP VINCENT JANNINK Recensie Zo troostrijk kunnen schapenfilmpjes zijn. Zelfs het woord ‘vacht’ fluisteren brengt Eline tot bedaren Alister McGrath, bij Keble College, Oxford. De kapel is te zien in de achtergrond. Recensie Ben je ongelovig? Dat kan niet, zegt theoloog Alister McGrath. De vraag is vooral: wát geloof je? tegel Column Verlangen naar de tijd toen een man nog een gedicht voor zijn vrouw schreef op haar verjaardag In juni werd Henry V van William Shakespeare in Bristol opgevoerd door het Insane Root Theatre. Charlotte East speelde de koning, omgeven door een cast van vrouwelijke of non-binaire acteurs. Achtergrond Zonder verdoving ontdeden schroefdraad en tang deze Britse kroonprins van de pij